Koninklijk Theater Carré Amsterdam

Van Toerisme

Ga naar: navigatie, zoek

Koninklijk Theater Carré is een theater in Amsterdam en is gelegen aan de Weesperzijde langs de Amstel. Het heette oorspronkelijk Circus Carré en is gebouwd in de renaissancestijl.

[bewerk] Geschiedenis

Carré werd in 1887 geopend door circusdirecteur Oscar Carré. Al vanaf 1879 gaf het Koninklijk Nederlandsch Circus Oscar Carré op die plek aan de Amstel intervoorstellingen in een tijdelijk houten gebouw met stenen frontgevel. De 'Steenen Circus van Carré' of Carré zoals het nieuwe gebouw al snel genoemd werd, was aanvankelijk alleen in gebruik voor circusvoorstellingen in de wintermaanden.

Vanaf 1893 werd Carré, tijdens de periode dat het circus op tournee was, gebruikt door theaterproducent Frits van Haarlem, die er succesvolle variétévoorstellingen bracht. Carré veranderde daardoor in een theater voor allerlei vormen van volksvermaak. In 1911 werd - na het overlijden van Oscar Carré - de laatste voorstelling van het Koninklijk Nederlandsch Circus Oscar Carré aan de Amstel gegeven.

Van 1907 tot 1928 was het revuegezelschap van Henri ter Hall de voornaamste publiekstrekker in Carré. Het theater balanceerde in die tijd echter voortdurend op de rand van faillissement. Met name de periode onder directie van Herman Heijermans werd berucht. In de jaren dertig keerde het tij onder leiding van de nieuwe directeur Alex Wunnink en zijn assistent Louis Dekker. Het hernieuwde succes van het theater was vooral te danken aan een uitgekiende programmering waarbij populaire Nederlandse revuegezelschappen zoals die van Louis Bouwmeester jr. met zijn Bouwmeester Revue en De Nationale Revue van Bob Peters werden afgewisseld met internationale voorstellingen van Italiaanse opera, operette en variété. In die tijd werd de (inter)nationale reputatie van Carré als top-theater bevestigd door de geregelde optredens van vedetten als Lou Bandy, Louisette, Buziau, Louis Davids, Josephine Baker, Maria Scuderi, de Fratellini, Grock en orkesten zoals dat van Jack Hylton.

Wunnink werd na de Tweede Wereldoorlog opgevolgd door zijn zoon Karel Wunnink. Louis Dekker bleef al die jaren de man die het artistieke beleid van het theater bepaalde. Onder hun leiding beleefden nieuwe verschijnselen als de musical (Porgy and Bess', 1956) en de One Man Show (Toon Hermans, 1963) hun Nederlandse première in Carré. Daarnaast behoorden de revues van achtereenvolgens Snip en Snap en André van Duin en de circusssen van Strassburger in die naoorlogse periode tot de vaste successen.

Toch was de positie van Carré nog steeds niet vanzelfsprekend. Aan het einde van de jaren zestig was enige tijd sprake van een mogelijke sloop van het theater door de toenmalige eigenaar Reinder Zwolsman. De gemeente Amsterdam gaf daar uiteindelijk geen toestemming voor. In 1977 kocht de gemeente het pand aan. Door toekenning van het predicaat Koninklijk bij het eeuwfeest in 1987 werd de door velen gevoelde status van Carré als een van de belangrijkste theaters van Nederland opnieuw bevestigd.

Tussen 1991 en 1993 werd Carré intensief verbouwd en tussen 2003 en 2004 werd het theater van binnen vrijwel geheel opnieuw opgebouwd en gerenoveerd.

[bewerk] Tegenwoordig

Carré wordt tegenwoordig voornamelijk gebruikt voor musicals, popconcerten, circus-, muziek-, toneel- en cabaretvoorstellingen. De stalen bogen van de dakconstructie - die sedert de verbouwing van 2004 goed zichtbaar zijn voor het publiek - zijn ontworpen en vervaardigd door Gustave Eiffel.

In het theater bevindt zich restaurant De Stallen, vernoemd naar de stallen van Oscar Carré. Opvallend is ook de Logefoyer, ooit voor een deel in gebruik als woonruimte voor de familie Carré en enkele van hun artiesten, en Het Brandscherm, het grootste schilderij van Nederland uit één stuk, geschilderd door Siet Zuyderland.

Deze pagina is gebaseerd op het auteursrechtelijk beschermde Wikipedia-artikel Koninklijk Theater Carré Amsterdam ; het is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License.

Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen