Luchthaven Schiphol

Van Toerisme

Ga naar: navigatie, zoek

Luchthaven Schiphol (in het Engels Schiphol Airport, Amsterdam Airport of Amsterdam Airport Schiphol genoemd), is de grootste Nederlandse luchthaven, en een van de belangrijkste luchthavens van Europa. Het is momenteel wat passagiersaantallen betreft de nummer twaalf van de wereld[1]. Schiphol ligt in de gemeente Haarlemmermeer ten zuidwesten van Amsterdam, in de provincie Noord-Holland.

Schiphol is de thuishaven van de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen zoals KLM, Martinair en Transavia. Voor buitenlanders is het altijd aardig om te vermelden dat Schiphol onder zeeniveau ligt. Op de plaats waar Schiphol nu ligt, heeft eerder een dorp gelegen: Rijk. De naam "Schiphol" wordt ook gebruikt als plaatsnaam, evenals Schiphol-Oost en Schiphol-Rijk.

De luchthaven is eigendom van de Schiphol Group (statutaire naam: "N.V. Luchthaven Schiphol"), met als aandeelhouders de Nederlandse Staat, en de gemeenten Amsterdam en Rotterdam.

Inhoud

[bewerk] Geschiedenis naam

De naam Schiphol komt al voor in een stuk, gedateerd 11 september 1447 ("Sciphol"). De oorsprong van de naam staat niet vast, maar zou verwijzen naar een moerasachtig stuk land waar men hout (Gotisch: 'scip') kon halen; naar een bedding voor schepen; of naar de scheepsrampen die juist in deze noordoostelijke hoek van het Haarlemmermeer ("scheeps-hel") veel voorkwamen omdat die lagerwal was bij de meest voorkomende windrichting. Een andere verklaring die hier enigszins op aansluit wijst op een oud woord 'hol' dat 'graf' betekende. Weer een andere theorie zoekt het bij een woord dat verwant is met 'hal' (en het Engelse "hall"), wat juist zou duiden op een toevluchtsoord voor schepen in nood, een veilige haven.

[bewerk] Inpoldering

In 1848 werd begonnen met het droogleggen van het Haarlemmermeer, waarmee men in 1852 klaar was. In de noordoostelijke hoek van de nieuwe polder werd een fort gebouwd voor de Stelling van Amsterdam, dat Fort Schiphol werd genoemd.

[bewerk] Militair vliegveld

In 1916 werd door de minister van Oorlog goedkeuring verleend voor de aankoop van grond in de buurt van het Fort Schiphol om hier, aan de rand van de Stelling van Amsterdam, een militair vliegveld in te richten. In augustus van dat jaar landden de eerste vliegtuigen op het terrein van 16,5 hectare, waarop vier houten loodsen waren geplaatst. Al gauw bleek het te klein en werd besloten het veld te vergroten tot 76 hectar.

[bewerk] Eerste Wereldoorlog

Toen de Eerste Wereldoorlog voorbij was ging men al gauw post, vracht en zelfs passagiers vervoeren met enigszins verbouwde en afgedankte oorlogsvliegtuigen. Nederland wilde hier natuurlijk ook aan meedoen, en vooral door het toedoen van luitenant-vlieger Albert Plesman werd in oktober 1919 de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniƫn N.V. (KLM) opgericht. Op 17 mei 1920 opende de KLM haar eerste lijndienst: de luchtlijn Amsterdam-Londen. Schiphol deed dienst als landingsplaats voor Amsterdam.

In 1921 werd de accommodatie voor passagiers op Schiphol verbeterd, doordat men de beschikking kreeg over een volledige loods. Er kwamen meer lijndiensten en er kwamen grotere en zwaardere vliegtuigen. Dit leidde af en toe tot problemen, doordat het terrein onvoldoende gedraineerd was, waardoor vliegtuigen vaak uit de modder moesten worden getrokken.

[bewerk] Burgerluchtvaart

Als militair vliegveld verloor Schiphol aan betekenis, maar voor de burgerluchtvaart werd het vliegveld steeds belangrijker. Op 1 april 1926 werd Schiphol gekocht door de gemeente Amsterdam. De gemeente ging meteen aan de slag: de drainage van het veld en de toegangswegen werden verbeterd. Er werd een betonnen platform aangelegd van 50 bij 100 meter, en op het in inmiddels tot 30 hectare gegroeide bebouwde gedeelte werden een stationsgebouw en een verkeerstoren gebouwd.

Het stationsgebouw werd geopend in 1928, op tijd voor de Olympische Spelen van datzelfde jaar in Amsterdam, en in 1940 door een bombardement verwoest. Een replica van dit gebouw staat sinds 2005 op Aviodrome te Lelystad.

In 1935 werd het landingsterrein vergroot tot driemaal de bestaande oppervlakte en in het nu 180 hectare grote terrein werden 200 kilometer drainagebuizen verwerkt. Er kwam een nachtlandingsinstallatie en er kwamen 4 betonasfalt landingsbanen.

[bewerk] Tweede Wereldoorlog

Tijdens de meidagen van 1940 werd Schiphol door de Duitsers gebombardeerd. Duitse troepen bezetten de luchthaven en breidden het startbanenpatroon verder uit. Ook legden zij een zijlijntje van de Haarlemmermeerspoorlijnen aan naar het vliegveld. Schiphol werd in de loop van de oorlog verschillende malen gebombardeerd door de geallieerden, en tijdens de laatste oorlogswinter werden er door de Duitsers systematische vernielingen aangebracht. Zij lieten een schijnbaar onbruikbaar vliegveld achter toen zij zich in mei 1945 uit Nederland terugtrokken. Dankzij hard werken kon op 8 juli al een Douglas DC-3 op Schiphol landen. Een paar maanden later was Schiphol weer helemaal in bedrijf.

[bewerk] Bloei

De activiteit op Schiphol nam zo snel toe dat het al gauw duidelijk was dat Schiphol te kampen had met ruimtegebrek. Schiphol breidde uit naar het zuiden.

Toen Schiphol weer volop functioneerde werd er achter de schermen een strijd gevoerd: Rotterdam wilde graag een eigen luchthaven. Plesman kwam met een plan voor een centrale luchthaven voor West-Nederland in het zuiden van de Haarlemmermeerpolder bij Burgerveen, maar Amsterdam was daar fel op tegen. Havenmeester Jan Dellaert presenteerde in die tijd zijn plan voor een tangentieel Schiphol met een centraal gelegen stationsgebouw, aan de andere kant van de Haarlemmermeer, ter hoogte van de Rijksweg Amsterdam-Den Haag .

In 1949 werd door de regering het besluit genomen dat Schiphol de belangrijkste luchthaven van Nederland zou blijven. De toekomst van Schiphol was hiermee verzekerd.

In datzelfde jaar werd het tangentiƫle systeem door de gemeenteraad van Amsterdam goedgekeurd. Dit vormde de grondslag voor het stedenbouwkundig plan voor Schiphol dat tien jaar later door de minister van Verkeer en Waterstaat werd goedgekeurd. Weer twee jaar later, in 1961, werd aan de directie van Schiphol het nieuwe ontwerp aangeboden door Ontwerpbureau Stationsgebouw Schiphol. Hieraan namen Marius Duintjer, Architecten en ingenieursbureau ir. F.C. de Weger en de NACO (Nederlands ontwerpbureau voor Luchthavens) deel. Later werd ook de binnenhuisarchitect Kho-Liang-Ie bij het werk betrokken.

In 1963 werd officieel begonnen met de bouw van het stationsgebouw, dat in 1967 feestelijk geopend kon worden. Het lag aan de westkant van de oude luchthaven, die Schiphol-Oost ging heten. Het stationsgebouw vormde het latere Schiphol-Centrum. De rijksweg tussen Amsterdam en Den Haag werd in westelijke richting omgebogen.

Rond 1977 was een duidelijke groei op Schiphol-Centrum waarneembaar. Ten zuiden van het stationsgebouw bevonden zich de eerste kantoren en vrachtgebouwen. Het stationsgebouw was al in 1975 verdubbeld, waarmee ook de capaciteit van het geheel verdubbeld was. In 1970 had de A-pier al een nieuwe kop gekregen om het plaatsen van Jumbojets mogelijk te maken. Tevens was Pier D in gebruik genomen.

De volgende twee decennia groeide Schiphol verder. Het voormalige Schiphol, nu Schiphol-Oost, werd een vrachtgebied. De D-Pier (de namen van de pieren werden omgegooid door de aanbouw van twee extra pieren onder de vroegere A-pier) werd verlengd en kreeg een extra verdieping, waardoor deze een zogenaamde wisselpier werd.



Deze pagina is gebaseerd op het auteursrechtelijk beschermde Wikipedia-artikel Luchthaven Schiphol; het is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License.

Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen