Nederlands Spoorwegmuseum

Van Toerisme

Ga naar: navigatie, zoek

Het Nederlands Spoorwegmuseum (NSM) is sinds 1954 gevestigd in het in 1874 gebouwde Maliebaanstation te Utrecht.

Inhoud

[bewerk] Geschiedenis van het museum

Het museum werd in 1927 opgericht en was aanvankelijk ondergebracht in een van de Hoofdgebouwen van de Nederlandse Spoorwegen in Utrecht. De collectie omvatte voornamelijk afbeeldingen, documentatie en attributen. In de jaren dertig werden de eerste initiatieven genomen tot behoud van oud spoorwegmaterieel van historisch belang. Als gevolg van de oorlogsomstandigheden ging een deel hiervan alsnog verloren.

Na tijdelijk ondergebracht te zijn geweest in het Rijksmuseum te Amsterdam kon het museum in de jaren vijftig weer terugkeren naar Utrecht. Het in 1939 gesloten Maliebaanstation bleek een geschikte locatie. Na verbouwing kon het museum in 1954 zijn deuren openen. Er was hier veel meer ruimte om de collectie aan het publiek te tonen. Ook kon er nu historisch materieel opgesteld worden ter bezichtiging. Tot 2003 was de lange rij historische stoomlocomotieven langs het eerste perron het meest in het oog vallende deel van deze collectie.

[bewerk] Uitbreidingen en verbouwingen

In de loop der jaren kwam er meer spoor- en ook tramwegmaterieel naar het museum en in de jaren vijftig en zestig kwam ook het voorterrein vol te staan met rollend materieel dat sterk te lijden had onder de weersomstandigheden. Een eerste verbetering was de bouw van een perron met overkapping op het achterterrein in 1975. In 1977 kwam nog een uitbreiding tot stand. Met een loopbrug over de nog in gebruik zijnde goederensporen kon het publiek het achterterrein bereiken. Het voorterrein werd ingericht tot parkeerplaats.

In het stationsgebouw was in de rechtervleugel de historische afdeling ondergebracht en in de linkervleugel de 'moderne' afdeling. Zeer tot de verbeelding spraken de brugmodellen uit de begintijd van de spoorwegen en ook de modellen van diverse treintypen waren fraai. Voorts waren er natuurlijk schilderijen, prenten en attributen te bezichtigen. Een eerste verandering vond plaats in de jaren '80 toen deze laatste afdeling werd heringericht om ook de nieuwste ontwikkelingen te kunnen tonen. Zo werd er onder andere een sprinterkop opgesteld.

In 1988-1989 vond een grote verbouwing plaats. De inrichting van het stationsgebouw werd geheel vernieuwd en volgens de toen moderne inzichten ingericht. Deze inrichting heeft tot 2003 bestaan. Ook het achterterrein werd verder bij het museum getrokken en nieuw ingericht met een 'spoorlandschap'. Het was nu ook mogelijk om rondjes te rijden, zowel op schaal als op ware grootte. Ook werden enkele gebouwtjes opgesteld, zoals het seinhuis uit Hoogezand-Sappemeer en een overweghuisje uit Elst (Gelderland). Ook een der oudste spoorbrugjes uit Halfweg was hier aanwezig. Voorts werd een pendeldienst ingesteld tussen het Utrechtse Centraal Station en Station Maliebaan (via Lunetten).

Latere toevoegingen uit de jaren negentig waren de beide goederenloodsen, waar onder andere een restaurant in kwam en het nieuwe gebouw op het achterterrein met een grote modelspoorbaan. De in de loop der jaren gegroeide materieelcollectie werd in de jaren negentig voor een groot deel gerestaureerd en voor een deel in rijvaardige toestand gebracht. Stalling (gedeeltelijk) in de openlucht deed deze treinen geen goed. Daarom werd er naar gestreefd een geheel overdekte museumruimte te bouwen.

[bewerk] De laatste grote verbouwing

Verbouwing Nederlands Spoorwegmuseum te Utrecht (2004, Foto: Hans de Kroon)In 2002 werd besloten het museum opnieuw ingrijpend te verbouwen. Het stationsgebouw werd na de sluiting in september 2003 weer geheel leeggehaald en nu grotendeels teruggebracht in de 19e eeuwse staat, aangevuld met de Koninklijke wachtkamer afkomstig uit het in 1973 gesloopte station Den Haag Staatsspoor.

[bewerk] Onderdelen van het stationsgebouw

  • stationshal
  • bestelgoederengang
  • eetzaal
  • wachtkamer 3e klasse
  • wachtkamer 1e & 2e klasse
  • koninklijke wachtkamer

[bewerk] Het nieuwe gebouw

Het achterterrein werd ook voor het grootste deel ontruimd en geheel nieuw ingericht. Er kwam een groot nieuw museumgebouw waar het museum zijn collectie nu toont in vier 'werelden':

1. de grote ontdekking (de begintijd in de 19e eeuw) 2. droomreizen (de hoogtijdagen van de internationale treinen rond 1900) 3. stalen monsters (de jaren dertig-veertig) 4. de werkplaats (de grote hal met treinen). De presentatie is veel meer dan vroeger sterk gericht op het vermaken van een groot publiek met kinderen en voor personeelsfeestjes etc. De inhoudelijke kant van het museum is daar ondergeschikt aan gemaakt. De collectie is een soort ‘achtergrond’ hiervoor. Dit geldt ook voor de schilderijen, prenten en attributen.

Er is veel aandacht besteed aan de aankleding met decorstukken. Er is duidelijk een keuze gemaakt van 'van alles een beetje' om een groot publiek te vermaken. Dat deze doelstelling bereikt is blijkt uit de na de heropening in juni 2005 sterk gestegen bezoekersaantallen.

[bewerk] Onderdelen van het nieuwe gebouw

  • "De Grote Ontdekking".congreszaal en foyer
  • theater
  • de werkplaats
  • de remise
  • centrale
  • plein wereld 1
  • perron wereld 2

[bewerk] Buitenterrein

Op het buitenterrein is nabij het bestaande seinhuis een watertoren verschenen. Voorts ligt er nog een kinderspoor, is er een kinderspeelplaats en een evenemententerrein. Ook is er een draaischijf.

[bewerk] Collectie spoorwegmaterieel

Het Spoorwegmuseum beschikt inmiddels over een grote en gevarieerde collectie rollend materieel. De materieelcollectie is te groot om op de toch nog beperkte ruimte geheel getoond te worden. Daarom is een groot deel van de collectie tramrijtuigen in het afgelopen decennium afgestoten en een deel van het spoorwegmaterieel is elders in depot ondergebracht. Het wel aanwezige materieel staat niet meer zoals vroeger soort bij soort maar vrij willekeurig door elkaar.

De collectie rollend materieel bevat onder meer stoomlocomotieven, elektrische locomotieven, diesellocomotieven, treinstellen, rijtuigen, goederenwagons en enkele trams.

Replica van locomotief 'De Arend' onder stoom. Dit was de eerste Nederlandse trein, uit 1839. (Foto: Hans de Kroon)

De laatste, in 1958, door de Nederlandse Spoorwegen buiten dienst gestelde stoomlocomotief NS 3737 is een der topstukken uit de collectie. (Foto: Hans de Kroon)

De oudste Nederlandse elektrische trein, ZHESM-motorrijtuig mBC 6, bouwjaar 1908.

Mat '54-treinstel 386 Materieeloverzicht van het Spoorwegmuseum, met tussen haakjes de oorspronkelijke eigenaar indien dit niet de Nederlandse Spoorwegen was:

[bewerk] Stoomlocomtieven

  • De Arend (HIJSM)
  • 89 Nestor (HIJSM)
  • 13 (SS)
  • 326 (SS)
  • 107 (NRS)
  • 2104
  • 3737 (SS)
  • 6317
  • WD 73755 Longmoor (NS 5085; WD Austerity 2-10-0)
  • 1622 (SS Java)
  • 1289 (SJ; Zweden)

[bewerk] Elektrische locomotieven

  • 1010
  • 1107, 1111, 1125
  • 1202, 1211
  • 1302, 1312

[bewerk] Locomotoren

  • 103, 137
  • 311, 345, 362 (kraan)

[bewerk] Diesellocomotieven

  • 508, 512
  • 2215, 2264, 2352
  • 2498

[bewerk] Motorrijtuigen

  • mBC 6, mBD 61 (ZHESM) (Hofpleinlijn)
  • mBD 9107, 9014, 9029, 9410 Mat '24 (Blokkendoos)
  • mP 3031 (PTT/NS) Motorpost
  • DE 41 Blauwe Engel

[bewerk] Treinstellen

27 Dieselelektrisch materieel '34 273 Elektrisch materieel '46 386 Elektrisch materieel '54 114 Plan U / Dieselelektrisch materieel '60

[bewerk] Rijtuigen

  • 4, 8, 10 (HIJSM)
  • B 119 (NCS)
  • C 218 (SS)
  • C 723 (SS)
  • C 755 (HSM)
  • C 6478 (NS)
  • Ces 8104, Cecr 8553 Mat '24 (Blokkendoos)
  • C 6703, CKD 6910 Plan E
  • AB 7709, RD 7659 Plan D
  • AB 38-37 082 Plan K
  • SR 8, SR 9 Koninklijke rijtuigen
  • B 21-37 455, 457, 472 Plan W
  • WR 2287, 4249 (CIWL)
  • P 7920 (PTT/NS) Plan C (postrijtuig)
  • Pec 1902 (PTT/NS) Stroomlijnpostrijtuig
  • D 1920 (HSM) (bagagerijtuig)
  • D 7521 Zesdeurs stalen D (bagagerijtuig)

[bewerk] Wagens

  • Bagagewagens: D 6 (SS), Dg 2696
  • Gesloten wagens: CHD 9807 (HSM 33208), GW 463, S-CHRP 34411, S-CHO 7498, Gs 951 3 744, Uas 978 1 970, Gbs 978 1 981, 982, Hbis 225 0 071
  • Postwagen: Hbbkkss 242 2 043 (PTT/NS)
  • Dwarsliggerwagen: 29045 (HSM)
  • Zandwagen: 172384
  • Veewagen: FO 3517 (SS)
  • Rongenwagens: LWGK 87583, LWRK 87915
  • Kolenwagens: GTUW 65248, GTM 59221
  • Silowagen: Ubcs 99625
  • Ketelwagen: 515615P
  • Vuilwagen: Takkls 566 9 025
  • Koelwagen: Ibces 980 1 980
  • Divers: kraan 400 met kraanwagen 941 1 525, 482 met 974 1 503 en giekwagen 944 1 516, kraan 970 1 816

[bewerk] Trammaterieel

  • Stoomlocomotieven: 2 (RSTM), 57 (RTM), 607 (ZE)
  • Elektrische bijwagens: 23, 28 (beide NBM), deze werden in september 2007 overgedragen aan de Tramweg-Stichting; 42, 44 (beide WLB)
  • Rijtuigen: B 364, AB 417 (beide RTM)
  • Koppelwagen: K9 (NTM); in bruikleen bij de Stoomtram Hoorn-Medemblik
  • Paardentramwagens: 16 (STM), Dk2, G1 (beide NTM)
  • Goederenwagens: 458, 635 (beide RTM)

[bewerk] Met de trein naar het museum

NS verzorgt van dinsdag tot en met zondag (in de vakanties ook op maandag) gedurende de openingstijden van het museum een pendel-uurdienst met station Utrecht Centraal. Omdat er geen rechtstreekse verbinding mogelijk is, moet de trein bij Lunetten Aansluiting keren (kopmaken). Vanwege de werkzaamheden voor de capaciteitsuitbreding tussen Vleuten en Geldermalsen (VleuGel) vervalt binnenkort de rechtstreekse verbinding tussen Utrecht Maliebaan en Utrecht Lunetten Aansluiting (er kan dan vanaf Utrecht Maliebaan alleen nog richting Arnhem worden gereden). Daarom is het de bedoeling om de pendeltreinen in de toekomst te laten keren in Bilthoven.

Voor deze pendeldienst is een speciaal treinkaartje nodig. Dit kaartje kost 2 euro en is op alle stations in Nederland te koop bij het loket of in de nieuwe kaartautomaten. Andere kaartjes zijn niet geldig in deze trein.


'Deze pagina is gebaseerd op het auteursrechtelijk beschermde Wikipedia-artikel Nederlands Spoorwegmuseum; het is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License.

Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen