Paleis op de Dam, Amsterdam

Van Toerisme

Ga naar: navigatie, zoek

Het Paleis op de Dam is een koninklijk paleis dat zich bevindt op de Dam in de Binnenstad van Amsterdam.

Het is gebouwd tussen 1648 en 1665 als stadhuis van Amsterdam. De architect is Jacob van Campen. Sinds 1808 is het in gebruik als Koninklijk Paleis.

Inhoud

[bewerk] Bouw

Voor de vervanging van het bouwvallig geworden gotische stadhuis van Amsterdam waren verschillende ontwerpen ingediend. De Vrede van Münster in 1648 bracht zo'n euforie met zich mee dat het meest ambitieuze plan werd uitgevoerd. Dit was in het midden van wat later de Gouden Eeuw werd genoemd. Het stadhuis werd gebouwd op een schaal die in Europa nog niet eerder was vertoond. Het werd het grootste niet-religieuze gebouw van de oude wereld. Het gebouw kan daarmee gezien worden als een belangrijk symbool van het vrijzinnige Amsterdam, de stad waarin al sinds het einde van de Middeleeuwen mensen van alle gezindten 'hun' plek kunnen vinden. Het "achtste wereldwonder" werd de parel in de kroon van Amsterdam. Het gebouw moest de rijkdom en het aanzien van de stad Amsterdam weerspiegelen. De bouw kostte 8,5 miljoen gulden, een gigantisch bedrag in die tijd.

Het gebouw rust op 13.659 palen, een aantal dat vroeger elk Amsterdams schoolkind leerde ('dagen van het jaar, eentje ervoor, negentje erachter'). Het werd geheel opgetrokken uit Bentheimer-zandsteen (oorspronkelijk zeer licht gekleurd) en met name in het interieur veel marmer. Jacob van Campen liet zich inspireren door de Romeinse bestuurlijke paleizen. Voor de burgemeesters van Amsterdam, die zich de consuls van een nieuw Rome waanden, werd een nieuw Capitool gebouwd.

Het stadhuis van Jacob van Campen is Nederlands belangrijkste historische en culturele monument van de Gouden Eeuw. De zilveren troffel, die bij het leggen van de eerste steen werd gebruikt, wordt nog steeds tentoongesteld.

[bewerk] Stijl en vorm

Het paleis is een monumentaal gebouw, sober van versiering, maar helder van opzet, in de stijl van het Hollands classicisme. Het beeldhouwwerk mocht nergens de aandacht afleiden van het grootse geheel.

[bewerk] Gevel

De compositie van de gevel is harmonieus en voldoet aan de ideale klassieke verhoudingen. De zware sokkel draagt twee pilasterorden die beide een hoog en een laag venster beslaan, overeenkomend met een hele en een halve verdieping erachter. In navolging van Vincenzo Scamozzi is een Corinthische orde boven een Composiet geplaatst. De middenpartij met het fronton komt iets naar voren, evenals de hoekpaviljoens.

[bewerk] Beeldhouwwerk

De heldere structuur van het gebouw is zo overheersend dat het fraaie beeldhouwwerk nauwelijks opvalt. We zien de festoenen op grachtenhuizen overal in de stad nagevolgd. Het meest indrukwekkend zijn de timpanen met beeldhouwwerk in marmer en de bronzen beelden op de frontons.

[bewerk] Koepel

Koepel van het paleis. Foto: bma.amsterdam.nl.Boven de middenpartij rijst een hoge koepel op, van waaruit men de aankomst van de schepen op het IJ kon zien.

De koepel wordt bekroond door een windwijzer in de vorm van een koggeschip, het oude symbool van de stad Amsterdam. Volgens het oorspronkelijke plan zou de koepel bekroond worden door acht beelden: de acht windrichtingen. Dit plan is niet uitgevoerd.

[bewerk] Voordeur

Opvallend is het ontbreken van een monumentale ingangspartij. De zeven onversierde bogen op straatniveau (zonder stoep) was letterlijk een lage drempel, om duidelijk te maken dat het stadhuis van iedereen was. Het getal zeven staat voor de zeven gewesten van de Noordelijke Nederlanden.

De ontwerper van het stadhuis was Jacob van Campen, maar de technische uitvoering werd verzorgd door stadsbouwmeester Daniël Stalpaert. Van Campen kwam in 1654 in conflict met het stadsbestuur, waarna Daniël Stalpaert de volledige leiding kreeg.

Het beeldhouwwerk werd gemaakt door Artus Quellinus en zijn medewerkers. In 29 juli 1655 werd het stadhuis feestelijk ingehuldigd, maar het was toen nog niet voltooid. Joost van den Vondel wijdde 1378 dichtregels aan de inwijding, in zijn gedicht Inwydinge van het Stadthuis.

Pas in 1665 was het gebouw gereed, terwijl aan de inrichting van de vertrekken tot aan het begin van de 18e eeuw werd gewerkt.

[bewerk] Inrichting

Interieur van het paleis (De Burgerzaal). De Burgerzaal in het Paleis. Foto: bma.amsterdam.nl. Een gedeelte van de marmeren vloer met de kaart van Europa.Het centrum van het stadhuis is de Burgerzaal. Naast de burgerzaal lagen twee door galerijen omgeven binnenplaatsen. Prominent in de Burgerzaal staat het beeld van Atlas. In de vloer zijn drie cirkels, met kaarten van het oostelijk en westelijk halfrond en een sterrenkaart, ingelegd. Voor de burgers van de stad lag de hele wereld, en de hemel, onder hun voeten. De Burgerzaal moest laten zien dat Amsterdam het centrum van het universum was.

Een andere monumentale zaal is de Vierschaar, de voormalige rechtbank, voorzien van talloze beelden die verwijzen naar de doodstraf, rechtvaardigheid, boete en schuld.

[bewerk] Paleis

Het gebouw is tot 1808 stadhuis gebleven. Daarna werd het aan koning Lodewijk Napoleon aangeboden als paleis. De galerijen werden door houten wanden in vertrekken verdeeld. Aan de voorzijde werd een balkon aangebracht. Uit deze periode stammen ook de fraaie Empire-meubelen die in het paleis zijn te zien. Dit is de grootste collectie van deze meubelen buiten Frankrijk. In 1810, toen Nederland werd ingelijfd bij Frankrijk, werd het zelfs tijdelijk een Keizerlijk Paleis.

Lodewijk Napoleon vestigde in het Paleis een Koninklijk Museum, dat de basis zou vormen voor het latere Rijksmuseum.

In 1813 werd het even als stadhuis teruggegeven aan Amsterdam, maar sinds 1815, na de Slag bij Waterloo en het Congres van Wenen is het Paleis op de Dam in Amsterdam het Koninklijk Paleis van het Nederlandse koningshuis.

[bewerk] Restauraties en renovatie

De Dam anno 2005 met zicht op het Paleis en de Nieuwe Kerk.In de 20e eeuw werd het gebouw meerdere malen gerestaureerd. De verbouwingen van Lodewijk Napoleon werden ongedaan gemaakt, en het werd in zijn oorspronkelijke staat teruggebracht. Sinds de restauratie in 1960 is het gebouw beperkt opengesteld voor het publiek.

Sinds september 2005 is het paleis gesloten voor het publiek voor weer een restauratie, die tot de zomer van 2008 zal duren. Daarbij wordt asbest verwijderd dat bij de vorige restauratie is aangebracht. Ook worden de technische installaties vervangen, waarbij (heel omstreden) een monumentale trap moet sneuvelen. De slaapkamers voor het personeel tijdens staatsbezoeken worden gemoderniseerd en de interieurs van de gastenverblijven op de tweede verdieping worden weer opgeknapt want die waren kennelijk flink uitgeleefd. Dit laatste t.b.v. de koninklijke gasten, die incidenteel in het gebouw verblijven. De kosten van deze restauratie zijn begroot op 67 miljoen euro. Buiten deze restauratie pleitte de stadsdeelraad Binnenstad er in oktober 2005 voor om ook de gevel van het gebouw helemaal schoon te maken, zodat die zijn originele witte kleur terug zou krijgen. De Rijksgebouwendienst heeft echter aangegeven dat hiervoor geen budget wordt vrijgemaakt.

De verwachting is dat vanaf het voorjaar 2008 er weer de mogelijkheid bestaat om het gebouw te bezichtigen of (gedeeltelijk) te huren/gebruiken voor (culturele) evenementen.

[bewerk] Huidige gebruik

Het feit dat het oude – en zo sterk symbolische – stadhuis tegenwoordig een koninklijk paleis is geworden, is niet een kwestie die veelvuldig in de openbaarheid bediscussieerd wordt. De gevoeligheid t.a.v. het koningshuis en de in Amsterdam gevreesde onderhoudskosten van het kapitale pand zijn hieraan waarschijnlijk debet. Onder de oppervlakte heerst bij verschillende – enigszins – ingewijden evenwel onvrede over de huidige status van het gebouw. Het oude stadhuis was vooraleerst een symbool van een krachtige en zelfbewuste burgerij, en dus juist niet van een kerk of een koning. Ook het met de huidige functie meekomende gesloten karakter roept hier en daar weerstand op. De koninklijke familie woont voornamelijk in Den Haag. Ook zijn er vrijwel geen officiële gebeurtenissen waarbij het paleis gebruikt wordt. Tegenover het paleis ligt het Krasnapolsky en verder heeft de stad Amsterdam veel goede hotels zoals bijvoorbeeld het Amstel Hotel. De noodzaak voor gastenverblijven in het paleis lijkt dus niet zo groot.

Alhoewel de bevolking via de belastingen de renovaties betaalt krijgt ze er weinig voor terug. Op de momenten dat de Koningin en de leden van het Koninklijk Huis geen gebruik maken van het paleis, en dat is dus vrijwel het hele jaar, is het gebouw echter af en toe opengesteld door de Stichting Koninklijk Paleis Amsterdam. Vaak is er in de zomer een tentoonstelling. Zo is na de uitreiking van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst in de maand oktober de mogelijkheid de geselecteerde kunstwerken te bekijken. Erg veel publiek trekt dat allemaal niet.

Geert Mak noemde het gebouw in zijn boek Stadspaleis het Stadhuis van Oranje. In de afsluitende paragraaf van het boek "Stadhuis van Oranje", dat uitgegeven is ter ere van het 350 jarig bestaan van het stadhuis vindt men de oproep om het gebouw ook weer te laten functioneren als stadhuis, voor bijvoorbeeld ontvangsten van de burgemeester


Deze pagina is gebaseerd op het auteursrechtelijk beschermde Wikipedia-artikel Paleis op de Dam; het is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License.

Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen