Spanje

Van Toerisme

Ga naar: navigatie, zoek

Spanje is een constitutionele monarchie en beslaat een oppervlakte van 505.992 km². Het land beslaat grofweg 80% van het Iberisch Schiereiland. Buiten dat horen ook de eilandengroep Balearen in de Middellandse Zee, de Canarische Eilanden in de Atlantische Oceaan en de Spaanse exclaves in Noord-Afrika bij het land.

In het noordoosten grenst Spanje aan Frankrijk en Andorra, over de gehele lengte van de Pyreneeën, in het westen aan Portugal en in het zuiden aan de Britse kolonie Gibraltar. De hoofdstad van Spanje is Madrid, een stad met meer dan 3 miljoen inwoners gelegen in het midden van het land.

Spanje is een divers land met zeer uiteenlopende culturen, talen, eetgewoonten en klimaten. Het land varieert van de regenachtige vissersdorpen in Galicië tot het nachtleven van Madrid, de toeristische kusten aan de Middellandse Zee, het flamencodansen van Andalusië, en stierenvechten in vele delen van het land en het moderne Barcelona in Catalonië.

Spanje werd lid van de NAVO in 1982 en is lid van de Europese Unie sinds 1986. De euro werd de Spaanse munteenheid op 1 januari 1999 en verving daarmee de peseta; per 1 januari 2002 werden de euromunten en -bankbiljetten ingevoerd.

Inhoud

[bewerk] Plaatsen

De bekendste plaatsen in Spanje zijn:

De bekendste regio's in Spanje zijn :


[bewerk] Spaanse Kust

Spanje maakt deel uit van het Iberisch Schiereiland en heeft aldus een grote kustlijn van 4964 km. Deze Spaanse kusten, of Costas zijn onderverdeeld in twee grote delen, enkel onderbroken door de Portugese kusten.


Noordkust

Deze kust ligt tussen Frankrijk en Portugal en omvat de volgende kusten van oost naar west:


  • Costa Vasca
  • Costa de Cantabria
  • Costa Verde
  • Rías Altas
  • Golf van Artabro
  • Costa da Morte
  • Rías Baixas


Oost- en zuidkust

Deze kust omvat het oosten tot het zuiden en grenst aan zowel de Middellandse Zee als de Atlantische Oceaan. Ze is enkel onderbroken door de Britse exclave Gibraltar. Van noord naar zuid omvat ze de volgende kusten:

  • Costa Brava
  • Costa del Maresme
  • Costa del Garraf
  • Costa Dorada
  • Costa del Azahar
  • Costa Blanca
  • Costa Calida
  • Costa del Sol
  • Straat van Gibraltar
  • Costa de la Luz
  • Costa Calida
  • Costa Tropical
  • Costa de Almería



[bewerk] Toerisme

Ook al is het grootste deel van de toeristen in Spanje zelf Spaans, het is ook het land met het op één na grootste aantal buitenlandse toeristen per jaar, na buurland Frankrijk, en beslaat maar liefst 7% van het wereldwijde internationale toerisme. Dat is meer dan Italië of de Verenigde Staten. Het toerisme kwam vooral op in de jaren '60 en '70. Het aantal buitenlandse toeristen steeg van minder dan 700.000 in 1951 naar 4 miljoen in 1959, 34 miljoen in 1973, 40 miljoen eind jaren '70, begin jaren '80. In 2005 werd Spanje bezocht door maar liefst 52,4 miljoen buitenlanders, volgens het Ministerie van Industrie, Toerisme en Handel.

Catalonië (Barcelona, Costa Brava, Costa Dorada, Pyreneeën) is veruit het meest toeristische deel van het land, meer dan 25% van de buitenlandse toeristen bezocht deze regio in 2005, gevolgd door de Balearen (9,4 miljoen buitenlandse toeristen), en de Canarische Eilanden (8,6 miljoen buitenlandse toeristen). Ongeveer twee derde van de buitenlandse toeristen komt uit slechts drie landen; 29% uit het Verenigd Koninkrijk, 18% uit Duitsland en 16% uit Frankrijk (vooral naar Catalonië). Nederlandse en Belgische toeristen omvatten respectievelijk slechts 4% en 3% van het totaal.

[bewerk] Nationaal toerisme

Binnenlandse, oftewel Spaanse toeristen gingen in 2005 vooral naar Madrid (20,7 miljoen toeristen of 18,5% van het totaal), gevolgd door Catalonië met 17,7 miljoen mensen (15,8%) en Andalusië met 16,7 miljoen mensen. (15,0%).

Volgens de Wereldwijde Organisatie van Toerisme, zal het aantal toeristen dat Spanje bezoekt met ongeveer 5% per jaar stijgen, in de komende 20 jaren. In 2020 zal het land dan ongeveer 75 miljoen buitenlandse toeristen ontvangen

[bewerk] Cultuur

[bewerk] Siësta

In Spanje wordt 's middags siësta gehouden, vooral in de zomer. De siësta valt in heel Spanje van 14:00 tot 17:00, ook al kan dat plaatselijk verschillen. Tijdens de siësta zijn veel winkels gesloten, het is het moment van de dag om te eten en afhankelijk van de regio uit te rusten of slapen. De normale werktijden/schooltijden zijn dus behoorlijk anders dan gebruikelijk in Noord-Europese landen, men werkt gemiddeld van 10:00 tot 14:00 en van 16:00/17:00 tot 20:00/21:00. Het wel of niet sluiten van winkels hangt overigens af van het deel van Spanje waar het om gaat, in het centrum van de grote steden zijn de meeste winkels zes dagen per week open van 10:00 tot 21:00. Eind 2005 werd het voorstel gedaan om de siësta af te schaffen, maar voorlopig zijn daar geen concrete plannen voor.

[bewerk] Gastronomie

De Spaanse keuken is net zo divers als de Spaanse culturen en klimaten. Typische Spaanse producten zijn de vele wijnen en cava’s, talloze worsten waaronder chorizo, jamón serrano of jamón ibérico (iberische ham), talloze kazen, peulvruchten, rijst, Mediterraanse groenten en veel verschillende zoetigheden. De meest bekende gerechten zijn de Spaanse tortilla, Paella, Gazpacho, stoofpotten (cocidos) en Calamares a la Romana (gefrituurde inktvis). Bekend zijn ook de tapas, die zowel ’s middags als ’s avonds kunnen worden gegeten, en in sommige delen van het land gratis zijn. Het eten van tapa’s is ook in het buitenland (Noord-Europa, Noord-Amerika) zeer populair. Er zijn honderden, zo niet, duizenden soorten tapa’s die erg verschillen per regio. Spanjaarden waarderen vooral de simpelheid, versheid en kwaliteit van het eten, en niet altijd de presentatie of het gebruik van zoveel mogelijk ingrediënten en kruiden in één gerecht. Typisch Spaanse drankjes, die met name in de zomer worden gedronken zijn Sangria, Horchata en Clara (bier gemengd met licht zoete frisdrank 'gaseosa').

Ook al zijn er regionaal erg veel verschillen te onderscheiden, (de Galicische keuken lijkt bijvoorbeeld totaal niet op de Catalaanse of Andalusische keuken), er zijn toch een aantal typische kenmerken van de Spaanse eetcultuur:

  • Twee keer warm eten per dag (rond 15:00 en rond 22:00), meestal een voorgerecht én een hoofdgerecht
  • Het drinken van wijn bij de maaltijd (ook ’s middags)
  • Erg vaak buiten de deur eten (gemiddeld 4 keer per week)
  • Het koken met verse producten en weinig consumptie van diepvriesproducten, voorbereide kruidenmixen of kant-en-klaarmaaltijden
  • Scheutig gebruik van olijfolie voor zowel koude als warme gerechten
  • Grote consumptie van vis, schelpen en schaaldieren t.o.v. andere landen. Na Japanners zijn Spanjaarden de grootste visconsumenten ter wereld.
  • Het eten van zoetigheden als ontbijt (vrijwel nooit brood)

[bewerk] Feesten

Spanje heeft een relatief groot aantal feestdagen, waarvan een aantal ook uitbundig worden gevierd. Het gaat dan vooral om het grote aantal regionale feestdagen, de nationale feestdagen zijn namelijk niet meer dan vrije dagen, behalve de “Semana Santa” oftewel de heilige week rondom Pasen. Er zijn zo veel verschillende officiële regionale feestdagen dat het lastig is één duidelijke lijst te maken

De bekendste en grootst gevierde regionale feesten zijn:

  • "Las Fallas" in Valencia
  • Het aprilfeest (Feria de Abril) van Sevilla
  • Diada de la Mercè in Barcelona en omgeving
  • San Juan (Sant Joan in Barcelona en omgeving)
  • El Pilar in Zaragoza
  • San Fermín-feesten in Pamplona
  • Het carnaval van Cádiz, Sitges en Tenerife
  • Het tomatenfeest in Buñol

[bewerk] Talen

Om de taal die in het Nederlands Spaans heet te benoemen, kan men twee woorden gebruiken: "español" (Spaans) of "castellano" (Castiliaans, uit Castilië). Beide termen worden in Spanje door elkaar gebruikt, afhankelijk van de regio (in Andalusië zegt men vooral "español", in Catalonië vrijwel nooit), maar betekenen hetzelfde. Het meest pure Spaans wordt volgens vele Spanjaarden gesproken in en rondom Valladolid.

De verschillende talen die in Spanje worden gesproken zorgen regelmatig voor grote verwarring in het buitenland, waar men het vaak heeft over dialecten. Het gaat echter om in totaal vijf officiële talen (Spaans, Catalaans, Baskisch, Galicisch en Aranees) en twee niet-officiële talen (Asturisch en Aragonees). Het Spaans is de enige officiële nationale taal van Spanje. De overige vier zijn officiële regionale talen, die in sommige gebieden ook de dominante taal zijn.

De vier officiële regionale talen van Spanje zijn:

  • Catalaans (ES:Catalán CA:Català): wordt gesproken door iets meer dan 18% van de totale bevolking, oftewel 7,5 miljoen inwoners in Catalonië, de Balearen en de Comunidad Valenciana. Strikt taalkundig gezien is het Catalaans wat in Valencia wordt gesproken geen Catalaans maar Valenciaans (SP: Valenciano CA: Valencià). Tegenwoordig zijn er in de praktijk echter vrijwel geen verschillen meer te onderscheiden, en wordt de taal als Catalaans erkend.
  • Baskisch (ES:Vasco BA:Euskara): wordt gesproken door iets meer dan 1 miljoen mensen in Baskenland en Navarra, 2,3% van de totale Spaanse bevolking. De Baskische taal vertoont geen enkele overeenkomst met welke andere taal dan ook.
  • Galicisch (ES:Gallego GA:Galego): wordt gesproken door iets meer dan 2,5 miljoen mensen, 5,7% van de totale Spaanse bevolking in Galicië, en delen van León en Asturië. De taal lijkt meer op Portugees dan Spaans.
  • Aranees: wordt gesproken door slechts 4000 mensen in de Vallei van Aran in Catalonië. Taalkundig gezien is Aranees een dialect van het Franse Occitaans.

[bewerk] Klimaat

De geografische ligging van Spanje zorgt ervoor dat alleen het noordwesten (Galicië, Asturië, Cantabrië en Baskenland) onder invloed liggen van de zogenaamde straalstromen, en de rest van het land niet. Buiten dat heeft Spanje een zeer onregelmatig landschap, en is één van de meest bergachtige landen van het Europese continent. Dit alles maakt dat men zeer verschillende klimaten (en microklimaten) kan onderscheiden. Grofweg kan het land worden verdeeld in de volgende klimaatzones:

  • Noordoostkust van de Middellandse Zee (Catalaanse kust, Balearen, en de noordelijke helft van het Valenciaanse land): Mediterraan klimaat: Warme en soms hete zomers en milde winters, ongeveer 600 millimeter neerslag per jaar in een zeer klein aantal geconcentreerde dagen, zogenaamde Mediterrane buien.
  • Zuidoostkust van de Middellandse Zee (Alicante, Murcia en Almería): Mediterraan klimaat: Hete zomers en milde winters. Erg droog, en bijna woestijnachtig, op sommige plekken slechts 150 millimeter neerslag per jaar, oftewel de droogste plek van Europa.
  • Zuidkust van de Middellandse Zee (Málaga en de kusten van Granada): Subtropisch klimaat Warme en soms hete zomers, extreem zachte en milde winters. Een gemiddelde jaartemperatuur van bijna 20 graden Celsius, ongekend hoog voor Europese begrippen.
  • Vallei van Guadalquivir (Sevilla en Córdoba): Lange zomers met extreme hitte en droogte, zachte winters, vrijwel zonder neerslag. Bijna een woestijnklimaat.
  • Zuidwest Atlantische kust (Cádiz en Huelva): Warme, maar niet extreem hete zomers, zeer milde winters, relatief (voor dit deel van Europa) veel neerslag.
  • Spaanse Hoogvlakte (Madrid, Castilië-La Mancha en Castilië-León): Mediterraan klimaat met sterke invloeden van een extremer landklimaat. Lange en zeer hete zomers en koude winters, weinig neerslag.
  • Vallei van de Ebro (Zaragoza en het binnenland van Catalonië): Zeer hete zomers, koude winters, weinig neerslag. Bijna een landklimaat
  • Noordatlantische kust (Galicië, Asturië, Cantabrië, Baskenland): Zeeklimaat met milde zomers en milde winters, erg veel neerslag (1000-1200 millimeter per jaar)
  • Pyreneeën: Frisse zomers en koude winters, gematigd nat klimaat, in sommige gebieden een zogenaamd Hooggebergteklimaat.
  • Canarische Eilanden: Subtropisch klimaat zonder seizoensveranderingen. Het gehele jaar door dezelfde zomerse temperaturen, woestijnachtig op de oostelijke eilanden, iets vochtiger op de westelijker gelegen eilanden. Volgens de universiteit van Syracuse heeft de stad Las Palmas op Gran Canaria het beste klimaat ter wereld.

[bewerk] Gebergtes

De zes grote bergketens van Spanje zijn de Pyreneeën, de Betische Cordillera en Sierra Nevada, het Kastiliaans Scheidingsgebergte, de Cantabrisch Gebergte en het Iberisch Randgebergte.

De Pyreneeën, die in het westen uitlopen tot in Galicië, zijn ontstaan als gevolg van het botsen van het Iberische subcontinent tegen het Europese continent. De hoogste bergtoppen zijn de 3407 meter hoge Pico de Aneto in centraal Spanje, en de 2648 meter hoge “Picos de Europa” in het westen. In de Sierra Nevada bevindt zich de “Mulhacén”, die met 3482 meter de hoogste berg van het Spaanse vasteland is. De hoogste berg van heel Spanje is echter de Pico del Teide op het Canarische eiland Tenerife.

Andere bergen in Spanje zijn: Bola del Mundo, Circo de la Safor, El Yelmo, Monte Hacho, Montserrat, Monte Perdido, Pica d'Estats, Pozo de las Nieves, Turbón en de Zuilen van Hercules.

[bewerk] Bezienswaardigheden

Er staan 38 Spaanse bezienswaardigheden op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. De bekendste hiervan zijn:

  • Het Alhambra in Granada
  • Het historische centrum en de kathedraal van Córdoba
  • De palmentuin van Elx, vlakbij Alicante
  • De werken van Antoni Gaudí: Park Güell, Casa Batlló, Sagrada Família, Casa Milà en Palau Güell in Barcelona.
  • De musea en architectuur van Madrid
  • Het historische centrum van Toledo
  • De kathedraal en het Alcázar van Sevilla
  • Het historische centrum en de pelgrimsroutes naar Santiago de Compostella
  • De kathedraal van Burgos
  • Het historische centrum van Salamanca
  • De witte dorpen in de omgeving van Málaga
  • Het historische centrum van Alcalá de Henares
  • La Lonja de la Seda in Valencia


Deze pagina is gebaseerd op het auteursrechtelijk beschermde Wikipedia-artikel Spanje; het is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License.


Teruggeplaatst van "http://toerisme.nl/wiki/Spanje"
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen